De draaihals (of eigenlijk juist niet)

draaihals

Het najaar is in volle gang en dat is voor vogelaars een van de leukste periodes van het jaar, omdat er nu namelijk allemaal doortrekkers in het land zijn. Vogels die je hier normaal gesproken niet vaak aantreft. 

Een van die soorten waar veel vogelaars vanaf half augustus tot half september naar zoeken is de draaihals. Een kleine spechtachtige vogel die vaak op de grond zit, waardoor je hem niet makkelijk ziet. Wat het nog moeilijker maakt, is zijn vrij goede schutkleur.

Omdat het zo’n prachtige en zeldzame vogel is, trekt de draaihals meestal veel volk. Maar het bezoeken van een plek waar iemand anders een draaihals heeft gezien, betekent niet dat jij hem ook ziet. Daarvoor kan hij zich te goed verstoppen.

Ik ben de afgelopen weken twee keer naar ze op zoek geweest, want ook ik wilde graag een draaihals zien. Eerst naar het Leersumse Veld, waar ze elk najaar gezien worden. Een prachtig gebied om te bezoeken bovendien. Dat komt mooi uit, want hoewel ik er uren rond heb gelopen, kon ik die draaihals nergens vinden. Op zich geen ramp, want zo gaat dat met de draaihals. Die zie je alleen met veel geduld, als je geluk hebt.

Een paar dagen later kwam er een herkansing op de Maasvlakte. Het gebied waar de draaihals moest zitten was niet groot, dus ik had er vertrouwen in. Maar eenmaal aangekomen was aan het gedrag van de aanwezige vogelaars al te zien dat de draaihals niet in beeld was.

We zagen mensen die duidelijk op zoek waren naar de draaihals. Het waren vooral oudere mannen met belachelijk dure camera’s die met een verbeten gezichtsuitdrukking door greppels liepen. Ze probeerden de draaihals te laten schrikken, zodat dat klotebeest zich eindelijk eens zou laten zien. ‘De vogel opstoten’, heet dat in jargon. Niet aardig, maar het schijnt te werken, want vogelaars doen het vaak. Deze keer was het tevergeefs.

We spraken drie vogelaars. De gesprekken verliepen ongeveer zo: ‘Heb jij die draaihals nog gezien?’ ‘Nee.’ ‘Ik ook niet.’ Ook dat schept een soort band.

Geen draaihals dus. Inmiddels zullen de meeste exemplaren wel weg zijn, op weg naar hun winterverblijf in Afrika. Volgend voorjaar gaat de zoektocht verder, want ook in het voorjaar kun je hem overal aantreffen. En er overal overheen kijken. Ik heb er zin in.

De watersnip

DSCN9495

Nu het broedseizoen voorbij is, zijn de eerste zomergasten alweer vertrokken. Veel andere vogelsoorten zullen snel volgen. Gelukkig arriveren er nu vogels die in het noorden hebben gebroed en onderweg naar het zuiden in Nederland neerstrijken.

Zoals de watersnip. Deze prachtige vogel was vroeger een vertrouwd beeld in Nederland, niet alleen omdat hij hier volop broedde, maar ook omdat zijn afbeelding op het briefje van honderd gulden stond. Dat is allemaal verleden tijd. Briefjes van honderd gulden zie je niet veel meer en dat geldt helaas ook voor broedende watersnippen.

Dat is jammer, want de balts van de watersnip is spectaculair. Toen ik dit als klein jochie voor het eerst zag, wist ik niet wat me overkwam. Ik zag een vogel met een zeer lange snavel als een bezetene telkens omhoog vliegen en een soort loopings maken. Ondertussen produceerde hij tijdens zijn duikvlucht een hard, vreemd blatend geluid.

Tijdens die duikvluchten zag ik die snavel nauwelijks open gaan, dus begreep ik niet waar dat rare geluid vandaan kwam. Later leerde ik dat dit geluid wordt veroorzaakt door resonantie. De staartveren trillen tijdens die duikeling door de luchtstroom en zo produceert de watersnip het geluid dat hem de bijnaam ‘hemelgeit’ heeft opgeleverd.

Nog veel later besefte ik dat het maar goed was dat ik er zo lang naar had staan kijken, want ik heb dit schouwspel niet vaak meer waargenomen. Door de verdroging en intensivering van het Nederlandse platteland is er voor de watersnip nog maar nauwelijks geschikt leefgebied om in te broeden, want de watersnip heeft vochtig gebied met rijke vegetatie nodig. Daar is weinig meer van over.

Gelukkig kun je ze buiten het broedseizoen nog volop zien. Helaas zie je watersnippen meestal pas als je bijna bovenop ze gaat staan en ze met een krassende roep vlak voor je neus opvliegen. Ze hebben namelijk een uitstekende schutkleur, zijn vrij klein en staan niet zo hoog op de poten. Ze zoeken vaak in hoog, nat gras naar voedsel door met hun lange snavel door de natte bodem te wroeten, waardoor ze nauwelijks opvallen. Maar in deze tijd van het jaar zie je ze ook wel in ondiepe plasjes in de modder wroeten. En dat is mooi, want het is een prachtige vogel.

De wespendief

wespendief

De wespendief is één van de meest mysterieuze Nederlandse roofvogels. Het begint er al mee dat hij niet makkelijk te herkennen is: hij lijkt nogal op een buizerd. Ze hebben min of meer dezelfde kleuren en ook de silhouetten van beide vogelsoorten lijken in de lucht op elkaar. Een wespendief heeft een andere tekening, iets langere vleugels en een iets kleinere hals en kop, maar omdat er meestal geen buizerd ter vergelijking naast vliegt, vergt het enige oefening om dit te kunnen vaststellen.

De kans dat je een buizerd ziet is trouwens veel groter, want die zijn veel algemener dan wespendieven. Daar komt bij dat buizerds hier het hele jaar zijn, terwijl de wespendief pas rond mei arriveert. Hierdoor, en doordat wespendieven vrij schuw zijn, zie ik ze niet vaak. En dat is jammer, want het zijn prachtig beesten. Ik ben dan ook blij met bovenstaande foto, die ik vorige week maakte.

Het meest wonderlijke aan de wespendief is toch wel dat hij wespen eet. Het is een vrij grote roofvogel die hoog in de voedselketen staat. Hij heeft maar weinig natuurlijke vijanden en heeft de prooidieren dus voor het uitkiezen. Maar in plaats van dat hij zich richt op vogels, vissen of zoogdieren, kiest de wespendief ervoor om wespen en vooral de larven van wespen te eten.

Dit is niet alleen opmerkelijk omdat wespen vervelend kunnen steken, want daar heeft de wespendief door zijn speciale verenkleed geen last van. Het vreemdste eraan vind ik dat wespen nogal klein zijn en dus niet echt vullen. Maar ook hier heeft deze roofvogel gelukkig iets op gevonden: in plaats van de hele dag achter insecten aan te vliegen om genoeg voedsel binnen te krijgen, zweeft hij boven het bos. Hij bekijkt vliegende wespen en volgt ze richting hun nest.

Als hij eenmaal een wespennest gelokaliseerd heeft, gaat de wespendief erheen om de larven op te eten. Hij graaft de wespennesten met zijn klauwen uit, en sloopt ze dus om zijn maag te vullen. Een karaktertrek die me wel aanstaat, want als er één vervelend diertje in Nederland te vinden is, is het wel de wesp.

De wespendief is kortom een sympathieke vogel, waarvan we er wat mij betreft meer mogen hebben. Daarom is het jammer dat ze in augustus alweer richting Afrika vertrekken. Iets wat je van wespen helaas niet kunt zeggen.

De purperreiger

P1020906Nu het volop zomer is, houden veel vogelsoorten zich rustig. Ze hebben er geen baat meer bij om op te vallen. Om ervoor te zorgen dat hun jongen overleven, proberen ze deze zo stiekem mogelijk op te voeden. Vogels zingen niet meer zo uitbundig en mijden open terrein, waardoor je ze minder goed ziet. Veel vogelaars vinden de zomer daarom een wat saaie tijd. Continue reading

De visdief

devisdief

Als je in het westen of noorden van Nederland woont en in de zomer wel eens langs het water zit is de kans groot dat je zo nu en dan een visdief ziet. Deze vogel is hoofdzakelijk wit en lijkt qua grootte en door zijn zwarte petje enigszins op een kokmeeuw, en tegelijk is hij gestroomlijnd en heeft zijn vlucht wel wat weg van die van een zwaluw. Continue reading

De gierzwaluw

P1020821

Als je in de zomer wel eens omhoog hebt gekeken, herken je het silhouet op de foto hierboven vast wel. Het is de gierzwaluw, één van de meest karakteristieke zomervogels die we hebben. Je ziet hem vooral op plekken waar mensen wonen, want hij maakt zijn nest vaak onder dakpannen. Als je op een zomeravond naar de lucht kijkt, zie je ze soms met tientallen tegelijk voorbij vliegen, waarbij ze vaak een gierend geluid maken. Continue reading

De steenuil

DSCN7683

Uilen vind ik de leukste vogels die er zijn, met hun sierlijke voorkomen en hun mysterieuze levenswijze. In Nederland heb je vier soorten uilen die je op vrij veel plekken aan kunt treffen. Mijn persoonlijke favoriet is de steenuil. Continue reading

Op zoek naar een eend tussen duizenden eenden

Grote zee-eendBegin december vertrokken Wouter en ik een dag richting Flevoland om vogels te kijken. Daar is dan veel te zien, omdat in de randmeren enorme aantallen eenden overwinteren. Tussen de veel voorkomende eenden als kuif- en tafeleenden, kunnen altijd wat zeldzamere soorten zitten. Continue reading

De grauwe vliegenvanger

P1020381

Een van de leukste zangvogels is tegelijk een van de minst opvallende. Het diertje op de foto hierboven is een grauwe vliegenvanger: geen naam waar je steil van achterover slaat, maar dat past wel bij zijn uiterlijk. Toch heeft dit kleine vogeltje in al zijn bruinheid en zijn eenvoud iets sympathieks over zich, misschien juist omdat hij zo bescheiden is.  Continue reading

De blauwborst

P1010858

Nu het echt lente is, zijn veel zangvogels weer teruggekeerd uit hun overwinteringsgebieden in Afrika. De vogeltrek blijft een fascinerend fenomeen. Dat veel soorten kleine zangvogels, die vaak minder dan 20 gram wegen, in het najaar naar de andere kant van de wereld vliegen om daar de winter door te brengen, daar valt wat voor te zeggen. Maar dat ze een half jaar later naar precies hetzelfde lullige stukje Nederland terugkeren om aldaar weer zeer gemotiveerd hun zang aan ons te laten horen, dat blijft toch wonderbaarlijk. Continue reading