De kleine plevier

P1070030

Vogels hebben het in Nederland niet altijd makkelijk en daar heb je het als vogelaar maar mee te doen. Doordat we steeds minder natuur overhouden en er op landbouwgrond steeds minder insecten leven, zie je soorten als de grutto, de veldleeuwerik, de patrijs en de wielewaal op veel plekken verdwijnen. Omdat het zaak is om niet teveel over deze narigheid na te denken, schrijf ik bij deze een stukje over een vogelsoort die juist in aantal toeneemt: de kleine plevier.

Kleine plevieren zijn drukke, opgewonden steltlopertjes met een mooie koptekening en leuke gele ogen. Ze zijn territoriaal en rennen en vliegen in het voorjaar, als de paartjes gevormd worden, vaak schreeuwend achter elkaar aan. De naam is goed gekozen, want de kleine plevier is een stuk kleiner dan andere plevieren, zoals de kievit, waarmee het overigens wel heel slecht gaat in Nederland.

Kleine plevieren houden van kale vlaktes waar ze nestkuiltjes in kunnen graven en voldoende insecten kunnen vinden. Je ziet ze op plekken waar je verder (nog) niet veel vogels kunt verwachten. Zo is hier in de buurt een oud veengebied waar afgelopen winter slib uit een naastgelegen plas op een strook land is gedrapeerd. Hoewel er binnenkort vast van alles gaat groeien, zag deze strook land er aanvankelijk uit als een bak modder, en later als een lege zandbak met hier en daar wat aarzelend opkomende planten.

Modderige vlakten kunnen allerlei soorten steltlopers aantrekken, dus hield ik het gebied in de gaten. Maar tijdens de huidige droogte had ik er geen rekening mee gehouden dat kleine plevieren nu al enthousiast zouden zijn over deze desolate zandbak. Ik was dan ook blij verrast toen ik er laatst 9 kleine plevieren zag, waaronder 4 jonge vogels.

De kleine plevier is een enorme opportunist. Hoewel je met opportunisme ver kunt komen, heeft dat ook nadelen. Zo schijnen er elk voorjaar kleine plevieren te broeden op het TT-parkeerterrein in Assen. En elk voorjaar gaan deze nesten weer verloren.

Maar omdat kleine plevieren in relatief weinig tijd jongen groot kunnen brengen en altijd wel ergens kaal, braakliggend terrein kunnen vinden om te broeden, doen ze het goed in Nederland. Dit kleine opgewonden vogeltje bewijst zo dat er ook soorten zijn die wel goed met het veranderende landschap overweg kunnen, en dat is goed nieuws.

Dat zijn toename er tegelijk het bewijs van is dat er in het Nederlandse landschap een kaalslag plaatsvindt, daar hebben we het een andere keer wel weer over.

De kwartel

kwartel

De kwartel is een soort kleine kip. De kleine leuke kwarteleitjes worden net als kippeneieren gegeten, je treft ze vooral rond Pasen in de supermarkt aan. En net als kippenvlees schijnt ook kwartelvlees lekker te zijn. Daar komt bij dat de kwartel net als de kip een populaire vogel om zelf te houden is. Continue reading

Kraanvogels

P1050772

Twee keer per jaar zijn vogelaars in de ban van de kraanvogeltrek. Kraanvogels zijn iconische vogels: waar niet-vogelaars je medelijdend aan kunnen kijken wanneer je over de middelste zaagbek, beflijster of draaihals begint, begrijpen de meeste mensen nog wel dat je enthousiast wordt bij het zien van kraanvogels.

In Nederland broeden deze prachtige vogels slechts mondjesmaat, maar elk jaar verplaatsen grote groepen kraanvogels zich van hun overwinteringsgebieden in Zuid-Europa naar hun broedgebieden in Noord en Oost-Europa. Ook in Nederland kun je iets van de trek van deze majestueuze vogels zien.

Maar als je, zoals ik, in het westen van het land woont, moet je geluk hebben. Als er geen oostelijke wind is tijdens de kraanvogeltrek, zie je er in het westen meestal weinig van: hun vaste route gaat helaas langs de oostelijke helft van Nederland, dus alleen wanneer de kraanvogels door de wind uit koers raken, zie je ze in het westen.

Vaak is de kraanvogeltrek daarom een frustrerende aangelegenheid: op waarneming.nl zie je prachtige foto’s van kraanvogels die in mooie V-formaties over het oosten van het land vliegen, terwijl je hier in het westen uren naar de lucht kunt staren zonder ook maar één kraanvogel te zien. Dit is me de laatste jaren geregeld overkomen.

Vorig jaar had dit naar de lucht staren enig effect: ik zag in het voorjaar drie kraanvogels die de wind duidelijk in de rug hadden op hoge snelheid voorbij vliegen. Het ging zo snel dat ik er niet echt van heb kunnen genieten, maar toch: ik had ze gezien.

Ook dit voorjaar leek het spektakel aan me voorbij te gaan: al weken lang zag ik meldingen van grote groepen overvliegende kraanvogels in het oosten van het land, en af en toe kwamen er ook wat meldingen vanuit het westen. Maar ik zag ze nergens. Tot ik afgelopen vrijdag door de polder liep en in de verte zomaar vier kraanvogels zag staan.

De foto hierboven is het bewijs. Toegegeven: er zijn mooiere foto’s van kraanvogels gemaakt, maar het was een prachtige ervaring. Een ervaring die er hopelijk ook voor zorgt dat ik het komende najaar iets minder wanhopig naar de lucht ga turen tijdens de kraanvogeltrek.

De middelste zaagbek

P1050698

Gisteren was ik bij de Maarsseveense Plassen. Dat is vlakbij, en daarom zoek ik er regelmatig met een verrekijker naar leuke vogels. Vooral nu de trek in volle gang is, kan het maar zo dat allerlei spectaculaire watervogels er even pauze nemen. Ik zie ze alleen nooit.

Sterker nog: er is geen gebied waar ik zo vaak met een verrekijker naar heb staan staren zonder er iets bijzonders te zien als de Maarsseveense Plassen. Dat klinkt treurig, maar het heeft ook voordelen: omdat het zo dichtbij is en de plas meestal op tien futen, een paar wilde eenden en een groep meerkoeten na helemaal leeg is, ben ik al snel tevreden als er een keer iets anders zit.

Ik geniet van de dodaarsjes en brilduikers die er soms zwemmen en kan aandachtig naar soorten eenden kijken die ik op andere plekken voor lief neem. Vogels kijken bij de Maarsseveense Plassen dwingt me kortom om tevreden te zijn met het alledaagse. Hartstikke mooi natuurlijk, maar toch hoop ik er op een dag iets echt bijzonders te zien.

Gisteren was het dan zover. Ik tuurde weer eens tegen beter weten in over het water, en zag in de verte, bijna aan de overkant, een rustende vogel drijven. Ik zag niet gelijk wat voor soort het was, maar toen de vogel eenmaal zijn kop uit zijn veren haalde, kon ik mijn ogen niet geloven. Op de grote Maarsseveense Plas zwom een middelste zaagbek.

Dat is een prachtige vogel die je in Nederland vooral in de winter kunt zien. Ze zitten vooral langs de kust, in het binnenland zijn middelste zaagbekken zeldzaam. Ik zie ze dus niet vaak en dat is jammer, want de middelste zaagbek, die wat mij betreft beter ‘punkduiker’ of ‘punkzaagbek’ had kunnen heten, is met zijn opmerkelijke kapsel en zijn rode snavel een mooie verschijning. Het is een vogel waar ik, als er ergens in de buurt één te zien is, best een fietstocht voor over heb. En nu zwom er zomaar één bij de Maarsseveense Plassen!

Er was kortom geen tijd te verliezen: omdat de vogel op grote afstand zat, besloot ik zo snel mogelijk naar de overkant van de plas te fietsen in de hoop de vogel vanaf daar beter te kunnen bekijken. Daar aangekomen bleek de vogel uiteraard onderweg naar de kant waar ik net vandaan kwam, dus kon ik weer terug. De zaagbek hield me kortom lekker bezig. Maar uiteindelijk kon ik er prima foto’s van maken.

Het onmogelijke was gebeurd: ik had eindelijk een zeldzame vogel bij de Maarsseveense Plassen aangetroffen. Mijn dag kon niet meer stuk.

De ijsvogel

P1050372

In tegenstelling tot wat zijn naam doet vermoeden, houdt een ijsvogel niet van ijs. Want waar ijs ligt, kan hij niet vissen en als hij niet kan vissen, kan hij niet eten. IJsvogels kunnen dus niet tegen strenge winters en hebben het in vorstperiodes moeilijk. Ze worden dan iets minder voorzichtig en daarom kon ik er afgelopen week eindelijk eentje goed op de foto zetten. Meestal lukt dat me niet, omdat ijsvogels schuw zijn. Je ziet ze vooral vaak op hoge snelheid voorbij vliegen en ze laten zich niet tot dichtbij benaderen. Continue reading

De tuinvogeltelling

P1030825

Komend weekend is het weer tijd voor de jaarlijkse tuinvogeltelling. Het is al de vijftiende keer dat deze landelijke telling wordt georganiseerd en het principe is simpel: noteer op zaterdag of zondag een half uur lang hoeveel vogels je in je tuin ziet en geef aan om welke soorten het gaat. Vorig jaar deed ik voor het eerst mee.

Want toen had ik voor het eerst sinds jaren een eigen tuin tot mijn beschikking. Ik bereidde me daarom goed voor op de telling en trof in de maanden die eraan vooraf gingen de nodige maatregelen om zoveel mogelijk vogels naar mijn tuin te lokken. Ik hing wat vetbollen en een pindakaashouder met pindakaas op.

Verder maakte ik een provisorische voederplank (eigenlijk legde ik gewoon een houten plaat op de grond in de tuin) waar ik regelmatig restjes brood op legde. Later kreeg ik twee speciale voerroosters van mijn vriendin, omdat ze de plank op de grond smerig vond. Daar zat ook wel wat in: natte broodresten gaan behoorlijk plakken en dat is geen fraai gezicht. Verder viel me op dat de voerplank niet alleen populair was onder vogels, ook de muizen wisten hem te vinden. Hoewel ik niets tegen muizen heb, hoef ik ze niet per se naar mijn tuin te lokken.

Wel was ik enthousiast over de vogels die ik in de tuin zag: grote groepen spreeuwen, duiven, een roodborstje, een winterkoninkje, een heggenmus, mezen, vinken en een groep huismussen kwamen regelmatig langs. Heel af en toe zag ik een groenling en een enkele keer hing er zelfs een grote bonte specht aan de pindakaashouder. Niets kon een geslaagde tuinvogeltelling nog in de weg staan.

Toen het zover was zorgde ik dat alle voervoorraden keurig waren aangevuld. Ik pakte pen en papier en ging er eens goed voor zitten. Ik was klaar om flinke aantallen van de meest uiteenlopende vogelsoorten te turven. Het resultaat viel wat tegen: ik zag één houtduif.

Ik hoop dat de komende telling betere resultaten oplevert.

Vogels in de storm

P1040979

Het zal niemand zijn ontgaan dat het vorige week donderdag hard waaide. Er was sprake van een flinke westerstorm. Hoewel er veel nadelen aan zo’n storm kleven, word ik er als vogelaar enthousiast van. Ik heb na een storm altijd goede hoop dat de meest spectaculaire zeevogels ineens in het binnenland opduiken. Continue reading

De spreeuw

P1040423

Het is vaak moeilijker om te genieten van het alledaagse dan van het bijzondere. Daarom zijn de meeste vogelliefhebbers vooral geïnteresseerd in zeldzame soorten. Terwijl één van de leuke dingen aan vogels juist is dat ze overal zijn en je ook aan hele alledaagse vogels veel plezier kunt beleven.   Continue reading

Ganzen in de Eempolder

kleinerietgans

In november stromen de polders weer vol met ganzen. Dat zijn vooral  grauwe ganzen, kol- en brandganzen, maar er kunnen ook andere soorten tussen zitten, die ik graag wil zien. Vorige week was ik daarom in de Eempolder. Continue reading

Het roodborstje

roodborst

Er zijn maar weinig vogelsoorten die zo schattig overkomen als roodborstjes. Ze zien er hartstikke gezellig uit met hun ronde lijfjes en hun mooie oranje borst. Nu de winter weer voor de deur staat, zijn ze goed te bekijken. Roodborstjes zijn namelijk niet bang voor mensen. Ze zijn nieuwsgierig en hebben uitstekend in de gaten dat ze in tuinen gevoerd worden. Het zijn koddige, vriendelijke diertjes. Continue reading