De tuinvogeltelling

P1030825

Komend weekend is het weer tijd voor de jaarlijkse tuinvogeltelling. Het is al de vijftiende keer dat deze landelijke telling wordt georganiseerd en het principe is simpel: noteer op zaterdag of zondag een half uur lang hoeveel vogels je in je tuin ziet en geef aan om welke soorten het gaat. Vorig jaar deed ik voor het eerst mee.

Want toen had ik voor het eerst sinds jaren een eigen tuin tot mijn beschikking. Ik bereidde me daarom goed voor op de telling en trof in de maanden die eraan vooraf gingen de nodige maatregelen om zoveel mogelijk vogels naar mijn tuin te lokken. Ik hing wat vetbollen en een pindakaashouder met pindakaas op.

Verder maakte ik een provisorische voederplank (eigenlijk legde ik gewoon een houten plaat op de grond in de tuin) waar ik regelmatig restjes brood op legde. Later kreeg ik twee speciale voerroosters van mijn vriendin, omdat ze de plank op de grond smerig vond. Daar zat ook wel wat in: natte broodresten gaan behoorlijk plakken en dat is geen fraai gezicht. Verder viel me op dat de voerplank niet alleen populair was onder vogels, ook de muizen wisten hem te vinden. Hoewel ik niets tegen muizen heb, hoef ik ze niet per se naar mijn tuin te lokken.

Wel was ik enthousiast over de vogels die ik in de tuin zag: grote groepen spreeuwen, duiven, een roodborstje, een winterkoninkje, een heggenmus, mezen, vinken en een groep huismussen kwamen regelmatig langs. Heel af en toe zag ik een groenling en een enkele keer hing er zelfs een grote bonte specht aan de pindakaashouder. Niets kon een geslaagde tuinvogeltelling nog in de weg staan.

Toen het zover was zorgde ik dat alle voervoorraden keurig waren aangevuld. Ik pakte pen en papier en ging er eens goed voor zitten. Ik was klaar om flinke aantallen van de meest uiteenlopende vogelsoorten te turven. Het resultaat viel wat tegen: ik zag één houtduif.

Ik hoop dat de komende telling betere resultaten oplevert.