Een slechte plek om te vissen

lelijkemiddellandsezeekust

Het was niet zo heel druk op het strand. Dat kwam mooi uit, want het strand was niet zo groot. Het strand was ook niet zo aantrekkelijk, want als je er ging zitten, zat je praktisch in iemands achtertuin. Toch waren er een paar mensen aan het zwemmen, omdat het buiten warm was en de zee verkoeling bracht. 

Paulus was er ook. Hij zat te vissen en ergerde zich zoals altijd kapot aan die zwemmende mensen. Ten eerste schrokken de vissen ervan, dus hoe meer mensen, hoe minder vis hij ving. Daar kwam nog bij dat hij al eens eerder per ongeluk een kind aan de haak had geslagen, omdat dat kind niet op zat te letten en daardoor verstrikt was geraakt in het draad van Paulus’ hengel.

In een verwoede poging om zijn visgerei te redden, probeerde Paulus toen snel zijn draad op te halen. Helaas sloeg hij toen de haak diep in de voet van dat jongetje. De verschrikkelijke kreten die het kind vervolgens uitbracht, zou Paulus niet snel vergeten. Die ouders werden natuurlijk ook nog kwaad. Paulus bleef erbij dat het de eigen schuld van dat mannetje was, maar vooral de vader van dat kind was het daar niet mee eens. Dat was natuurlijk typisch zo’n vader die zijn eigen kind nóóit ergens de schuld van gaf.

Om dit soort dingen te voorkomen, viste Paulus tegenwoordig altijd met ontzettend dik, lichtgevend draad. Hij hoopte dat de zwemmende mensen dan ten minste zouden zien waar hij zat te vissen. Een bijkomend nadeel was echter dat Paulus sinds hij dit draad gebruikte geen vis meer had gevangen. De vissen zagen het draad namelijk ook. Eigenlijk, zo besloot Paulus, was dit best wel een slechte plek om te vissen.