Ganzen, ganzen en nog eens ganzen

p1000585Zoals elk jaar is het vanaf het najaar weer ganzentijd. Ze komen vooral uit het noorden en oosten van Europa om hier de winter door te brengen. Over de vreemde gakkende geluiden die ze maken kun je van mening verschillen, maar de karakteristieke V-formaties waarin ze vliegen zijn een prachtig gezicht.

Ook mooi om te zien dat ganzen samenwerken: als je een V-formatie ganzen in de lucht volgt zie je dat ze, net als wielrenners, ‘kop over kop’ werken: de gans die vooraan vliegt en het meeste wind vangt, zakt na verloop van tijd terug in de groep, waardoor hij in de luwte bij kan komen en een andere gans de koppositie overneemt.

Nederland vormt als waterland een belangrijk overwinteringsgebied voor verschillende soorten ganzen. Er lijken er zelfs steeds meer naar Nederland te komen. Dit komt onder andere door veranderingen op het Nederlandse platteland. Waar er vroeger meer akkerbouw en kleinschalige landbouw was, bestaat een groot deel van de landbouwgrond tegenwoordig uit weiland waar niets anders groeit dan gras, waar veevoer van wordt gemaakt. Voor het vee dat ondertussen steeds vaker binnen blijft: dat is nou eenmaal efficiënter.

Er wordt snelgroeiend gras gebruikt en er wordt zoveel mogelijk gemaaid. Voor vrijwel alle vogels van het boerenland is deze ontwikkeling een ramp: de toenemende eentonigheid van ons platteland zorgt ervoor dat veel vogels geen voedsel meer kunnen vinden en het vele maaien zorgt ervoor dat de weidevogels hun jongen niet meer groot krijgen. Er is te weinig beschutting om de jongen tegen rovers te beschermen en er zijn te weinig insecten om de jongen mee te voeren.

Het Nederlandse platteland verandert in een soort industriegebied: er groeit alleen maar gras en er zijn steeds minder dieren. Een ecologische ramp waar lang niet iedereen zich van bewust is: het gras is immers nog steeds groen, en groen wordt geassocieerd met natuur.

De enige dieren die wél baat hebben bij het veranderende boerenland, zijn de ganzen, die juist dol zijn op het jonge gras. Maar in plaats van daar het positieve van in te zien, wordt er volop over geklaagd.

De ganzen richten immers steeds meer schade aan en dat kan zo niet langer. In de Volkskrant stelt een woordvoerder van een ‘faunabeheergroep’ dat er ‘geen andere oplossingen zijn om het aantal ganzen terug te dringen dan ze te vergassen.’ Afschieten haalt te weinig uit, evenals het op andere manieren verjagen van de vogels. Je zou ook het gras wat minder vaak kunnen maaien, want van hoog gras houden ganzen niet. Dat klinkt meteen ook wat gezelliger dan vergassen.