Héérlijk terugverlangen naar vroeger

DSCN9749Tijdens het vogels kijken maak ik graag een praatje met de mensen die ik tegenkom. De frisse buitenlucht en het landschap zorgen bij veel mensen voor enthousiasme. Vaak spreek ik mensen die ontzettend genieten van de natuur en dat willen delen.

Dat leidt tot fijne, gezellige gesprekken. Omdat ik meestal een verrekijker om mijn nek heb, gaan de meeste mensen er vanuit dat ik net zo enthousiast over de omgeving ben als zij. Daar hebben ze vaak gelijk in. Het is fijn om rond te lopen in één van de vele mooie gebieden in de buurt. Dat kun je maar beter benoemen.

Toch gaat niet iedereen naar buiten om te genieten van de rust, de ruimte en de buitenlucht. Zo sprak ik laatst een vogelaar in een polder in de buurt die al snel begon te vertellen dat de polder vroeger veel mooier was.

De betreffende polder is inderdaad veranderd. Het gebied is opnieuw ingericht, met meer ruimte voor natuur en meer variatie in het landschap. Er zijn nieuwe plasjes aangelegd die veel vogels moeten aantrekken en er zijn wat nieuwe bomen aangeplant.

Goed nieuws voor de natuurliefhebber zou je zeggen, maar daar kwam deze man niet voor. De nieuwe plasjes deugden niet, want hij kon ze niet goed zien. En wat moest er van die nieuwe boompjes vlak naast de sloten terechtkomen als ze groter werden? Nee, wat hem betreft had het beter bij het oude kunnen blijven.

Dit soort gesprekken voer ik vaker. Als je iemand vraagt of hij nog iets bijzonders heeft gezien, kan je zomaar als antwoord krijgen dat er vroeger nog wel eens iets bijzonders zat, maar dat het tegenwoordig allemaal voorbij is.

Of dat mensen over een specifieke vogelsoort beginnen die je nu nooit meer ziet, terwijl je ‘er twintig jaar geleden over struikelde’. Gevolgd door een klaagzang over dat je tegenwoordig zoveel ganzen en zilverreigers ziet. Wat er met dat laatste precies mis is, wordt me nooit helemaal duidelijk, maar dat doet ook niet ter zake.

Eerst vond ik het maar vervelend om, zelfs op plekken waar de natuur er volgens mij op vooruit is gegaan, zulke negatieve verhalen aan te horen, maar tegenwoordig zie ik er de positieve kant van. Want inmiddels besef ik dat mensen het fijn vinden om bevestigd te zien dat het vroeger allemaal beter was. En wie ben ik om ze dit plezier af te pakken?

Daarbij moet ik er niet aan denken dat ik over twintig jaar met precies dezelfde nostalgische blik door de polder fiets en dat een of andere snotneus me dan tegenspreekt. Dus laat ik me nu geduldig de les lezen door oudere brompotten: mijn tijd komt nog wel.