Ineens kwam er een wezel uit de grond

dscn9478

Onverwachte ontmoetingen met onverwachte diersoorten zijn vaak de leukste. In Nederland gaat het dan meestal om vogels: die kunnen immers vliegen en zodoende altijd overal opduiken. Daarbij zijn daar lekker veel verschillende soorten van, waardoor de kans op een verrassing groter is.

Maar een heel enkele keer zie je ook een zoogdier dat je niet verwacht. Dat zijn vaak niet de leukste ontmoetingen: omdat de meeste zoogdieren nogal plotseling voorbij komen én niet kunnen vliegen, worden ze nogal eens doodgereden.

Marterachtigen, zoals dassen en bunzingen, zie je vaker dood dan levend. Vooral met dassen vind ik dat frustrerend: ik weet dat ze er zijn en het zijn prachtige dieren. Toch heb ik nog nooit een levende das in het wild gezien. Ook bunzingen heb ik vooral goed kunnen bekijken terwijl ze plat, al dan niet met een plas bloed eromheen, langs de weg lagen.

En neem de otter: nadat de laatste otter zich in 1988 dood heeft laten rijden, is hij begin deze eeuw opnieuw uitgezet in Nederland. Het water is weer schoon en er is vis genoeg voor de otter. Helaas begrijpt hij het concept ‘veilig oversteken’ nog steeds niet. Hoewel het redelijk goed gaat met de otter, vormen wegen nog steeds een groot gevaar. Elk jaar komt minstens een kwart van de Nederlandse otters onder een auto terecht.

Eén van de weinige Nederlandse roofdieren die zich niet continu dood laten rijden, zijn wezels. Dat zal er mee te maken hebben dat wezels ontzettend klein zijn: ze zijn nauwelijks groter dan muizen. En dat treft, want die eten ze graag, en hierdoor kunnen wezels deze dieren achtervolgen tot in hun holen. Ze eten de muizen niet alleen op, ze confisqueren ook hun woningen. Dat is niet aardig, maar wel handig.  Ze hoeven zelf geen holen te graven en hebben hele gangenstelsels tot hun beschikking. Zo kunnen ze zich goed ongezien verplaatsen. Zonder zich dood te laten rijden.

De wezel op de foto hierboven kwam ik laatst zomaar tegen. Ik was er behoorlijk enthousiast over, maar ik geloof niet dat dit enthousiasme wederzijds was. Het beest wist niet goed wat hij met me aan moest: ik zag hem gedurende een paar minuten telkens in zijn holletje verdwijnen en toch weer omhoog komen. Alsof hij een spelletje ‘kiekeboe’ met me aan het spelen was en erop vertrouwde dat ik, als hij me even niet zag, vervolgens vast wel verdwenen was. Dat klopte trouwens ook, want nadat ik een paar foto’s heb gemaakt, ben ik maar doorgelopen. Kon hij weer lekker achter de muizen aan.