Op zoek naar een eend tussen duizenden eenden

Grote zee-eendBegin december vertrokken Wouter en ik een dag richting Flevoland om vogels te kijken. Daar is dan veel te zien, omdat in de randmeren enorme aantallen eenden overwinteren. Tussen de veel voorkomende eenden als kuif- en tafeleenden, kunnen altijd wat zeldzamere soorten zitten.

Voor het bekijken van bijzondere vogels geldt: je kunt er zelf naar gaan zoeken, maar je kunt ook op waarneming.nl kijken waar andere mensen iets bijzonders hebben gezien. We kozen voor een combinatie en besloten onder andere te zoeken naar een grote zee-eend, die zich al een paar dagen langs een doorgaande weg vlak buiten het schitterende Almere bevond.

De grote zee-eend, die ik nog nooit gezien had, is niet heel zeldzaam, wat als voordeel heeft dat ie niet veel mensen trekt, want op hordes vogelaars die met z’n allen naar dezelfde vogel zoeken zaten we niet te wachten.

Maar helaas bleek op hetzelfde moment op dezelfde plek ook een kokardezaagbek rond te zwemmen: een zeer zeldzame eend die normaal gesproken alleen in Noord-Amerika voorkomt. Als er eentje in Nederland wordt gezien, is dat meestal een ontsnapte vogel. Maar zolang niet bewezen is dat zo’n vogel uit iemands wildwatercollectie is weggezwommen, komen er toch vogelaars op af. Ze nemen het zekere voor het onzekere, want als het een wild exemplaar blijkt, willen ze dat niet missen.

Dus terwijl wij naar een grote zee-eend zochten, speurden er tegelijk minstens 30 mensen naarstig naar een kokardezaagbek. Ze konden hem niet vinden, wat de sfeer niet ten goede kwam. De mensen, waarvan er verbazingwekkend veel in camouflagekleren gehuld waren, groetten elkaar (en ons) niet of nauwelijks en zeiden alleen het hoognodige tegen elkaar.

Door de situatie waar we in waren beland begon ik weer eens aan mijn hobby te twijfelen: van de massale zoektocht naar die hoogstwaarschijnlijk ontsnapte eend zag ik absoluut de lol niet in, maar tegelijk was daar het besef dat onze zoektocht naar een andere eend er niet heel veel van verschilde. Dat we die grote zee-eend ook nog eens nergens konden vinden, maakte het niet beter.

Gelukkig vond Wouter iets later toch de grote zee-eend. Een foto van die vogel zie je boven dit stukje. Vlak voor we ons tevreden uit de voeten wilden maken, kwam er een man aangefietst met een verrekijker om z’n nek. Net toen we ons opmaakten om voor de zoveelste keer ontkennend te antwoorden op de vraag of we de ‘kokarde’ gezien hadden, vroeg hij met een Amsterdams accent: ‘Sit die see-eend er nog?’

Toen we hem enthousiast vertelden waar we de eend hadden gezien, antwoorde hij: ‘Daar kom ik net vandaan. Kan ik weer terug, dat sal je altijd sien. Bedankt jongens!’ We waren blij dat we toch met iemand iets gemeen bleken te hebben.