Vissen: het avontuur

Karel had eindelijk eens een vrije zaterdag, zonder verplichtingen. Zijn vrouw was een dag naar haar moeder en hij hoefde niet mee. Dus ging hij vissen, net als hij vroeger deed op dit soort mooie nazomerdagen. Het was voor het eerst in jaren dat hij daar weer eens aan toekwam. Thuis snorde hij zijn oude werphengel op. Die lag gelukkig nog in de schuur, tussen een oud, versleten dartbord en een al net zo oud aquarium.

De hengel zag er gelukkig nog redelijk goed uit en ook Karels viskoffer zat nog vol met de benodigde onderdelen. Hij besloot naar zijn oude visstek te gaan, een mooie beek net buiten de stad. Hij nam zijn visstoel mee en had er zin in.

De strijd tussen man en karper

Zijn visstek zag er nog hetzelfde uit als vroeger. Toen Karel zich installeerde, hoopte hij dat er waarschijnlijk nog net zoveel karpers zouden zitten als vroeger. Hij verheugde zich enorm op een gevecht tussen man en karper, net als vroeger. Toen hij hier wat langer over nadacht, besefte hij dat hij het mannelijke oergevoel dat dit bij hem opriep ontzettend gemist had.

Want waar was Karels mannelijkheid eigenlijk gebleven? Hij zat al lang niet meer op voetbal en had al jaren dezelfde vrouw, die hem hopelijk, niet snel zou verlaten. Van ‘jagen’ was in zijn leven dus geen sprake meer, en van ‘verdedigen’ eigenlijk ook niet, want zijn vrouw was er de laatste jaren helaas niet bepaald aantrekkelijker op geworden. Op zijn werk was het ook voorbij met de competitiedrang. Na een slepende burn-out had hij zich verzoend met een veilige, simpele baan die weinig spanning met zich mee bracht.

Waar is het avontuur?

Toch besefte hij pas op dat moment, langs het water met een biertje in de drankhouder in de leuning van zijn visstoel, dat het avontuur uit zijn leven verdwenen was. Dit stemde Karel droevig. Meer dan ooit hoopte hij een karper te vangen, want dat was het echte avontuur, zo redeneerde Karel, terwijl hij zijn tweede biertje opentrok. Maar helaas gingen er uren voorbij zonder dat er een vis in de buurt van zijn aas kwam.

Actie

Karel begon de moed al bijna op te geven, toen het gebeurde. Zijn dobber kwam plotsklaps in beweging en de adrenaline gierde Karel door het lijf. Gespannen gaf hij een ruk aan de hengel om het gevecht met de vis aan te gaan. Helaas was het niet de door Karel zo vurig gewenste karper, maar een kleine vis. Een te kleine vis voor het haakje dat Karel gebruikte, zo bleek. En omdat hij zo zenuwachtig aan de hengel had gerukt, zat de haak helaas door het oog van de kleine vis heen. Het ontaardde in een bloederig tafereel.

Nooit meer vissen

Karel probeerde de vis nog te redden, maar helaas bezweek deze aan zijn verwondingen. Karel vond het vreselijk en kreeg een brok in zijn keel. Geschrokken van wat hij deze onschuldige vis had aangedaan, ging hij naar huis. Hij hoopte dat zijn vrouw hem thuis op zou wachten en een kop soep voor hem zou maken. Hij had ontzettend zin om maandag weer naar zijn saaie baan te gaan en beloofde zichzelf nooit, maar dan ook nooit meer te gaan vissen.