Waar is uw madam?

Brandganzen

In oktober was ik op Schiermonnikoog, waar dan onder de vogels een ware volksverhuizing bezig is. Dit jaar bleef mijn vriendin thuis. Hoewel ze het leuk vindt om buiten te zijn en samen de natuur in te trekken, is ze het vaak iets eerder zat dan ik. Bepaald geen schande, want het zien van bepaalde vogels kan me volledig in beslag nemen. En daar word ik niet altijd gezelliger van.

Toen ik daar door de duinen fietste en genoot van de vele overvliegende ganzen, zag ik een vrouw die verveeld naast haar blauwe huurfiets stond te wachten. Een paar honderd meter achter haar stond een man naast een identieke huurfiets. Hij fotografeerde iets dat hij op de grond zag liggen. Vervolgens stapte hij op zijn fiets en reed de vrouw tegemoet.

Maar toen hij haar eenmaal had bijgehaald, fietste hij zonder iets te zeggen door. Een paar honderd meter verderop stapte hij weer af om zijn camera te pakken. Ditmaal fotografeerde hij de ganzen: de man genoot zichtbaar van het spektakel van de vogeltrek. Ik begreep dat.

Ondertussen was ook de vrouw weer op de fiets gestapt. Ze reed tergend langzaam richting de man, die in extase naar de lucht tuurde. Ze fietste hem opnieuw voorbij. In het voorbijgaan zeiden ze wel iets tegen elkaar, maar een echt gesprek was het niet. Weer stopte ze een stukje verderop om te wachten. Het zag eruit alsof ze de man aan het uitlaten was.

Een halve kilometer verderop zette ik mijn fiets naast een bankje. Ik liep een paadje in om te kijken of ik iets bijzonders zag. Toen ik even later weer bij mijn fiets aankwam, zat het stel samen op het bankje. We begroetten elkaar.

De man vroeg mij, met een mengeling van interesse en verbazing: ‘Waar is uw madam?’ Toen ik eenmaal begreep wat hij bedoelde, vertelde ik dat ze thuis gebleven was, omdat ik iets meer interesse in vogels had dan zij. Ik voegde er aan toe dat ik dacht dat dit voor ons allebei beter was. De man knikte en wees enthousiast op een grote groep ganzen. ‘Kijk toch eens hoe mooi, die grote groepen ganzen.’ Ik beaamde dat het een prachtig gezicht was. De vrouw zei, op vermoeide toon: ‘Ja, dat is de hele dag al.’

Ook dat moest ik beamen, maar de man luisterde al niet meer. Hij tuurde enthousiast naar een nieuwe groep ganzen. Zijn vrouw ging nog een lange dag tegemoet.